ελληνικές λέξεις από τα βιβλία "επικοινωνήστε ελληνικά"

Werkwoorden uit de woordenlijsten.Gesorteerd op volgorde van de woordenlijsten.
Sorteer op Grieks of Nederlands.

Klik op een lesnummer om naar de woordenlijst van die les te gaan.

Klik op een Grieks werkwoord om het op de Cooljugator site te vervoegen.
Dit zal niet altijd lukken maar de lijst woorden die zij aankunnen wordt steeds groter!

WoordVertalingLes(sen)
λέγομαι ik heet 1 - 1
είμαι zijn, ik ben 1 - 1
μένω wonen, ik woon 1 - 3
έχω hebben, ik heb 1 - 3
δουλεύω werken, ik werk 1 - 3, 1 - 15
μιλάω spreken, praten 1 - 5
μαθαίνω leren 1 - 5
συμφωνώ het eens zijn 1 - 6
νομίζω denken 1 - 6, 1 - 9
ξέρω weten, kennen 1 - 7
απαντάω antwoorden 1 - 9, 1 - 16, 2 - 5
βλέπω zien, kijken 1 - 9, 1 - 16
ακούω horen, luisteren 1 - 9
γίνομαι worden, gebeuren 1 - 9
σκέφτομαι denken, nadenken 1 - 9
λέω zeggen 1 - 9, 1 - 16
πάω gaan 1 - 9, 1 - 10
ρωτάω vragen 1 - 9, 1 - 16, 2 - 9
τρώω eten 1 - 9, 1 - 16
ανοίγω open maken, openen 1 - 10, 1 - 15
αργώ laat zijn 1 - 10
αρχίζω beginnen 1 - 10, 1 - 15
διδάσκω lesgeven 1 - 10
θυμάμαι zich herinneren 1 - 10
λυπάμαι spijten, het erg vinden 1 - 10
φοβάμαι bang zijn 1 - 10
φτάνω aankomen 1 - 10, 1 - 15
κλείνω sluiten, dicht doen 1 - 10, 1 - 15
κοιμάμαι slapen 1 - 10, 1 - 16
μπορώ kunnen 1 - 10, 1 - 16
ξυπνάω wakker worden 1 - 10, 1 - 15, 1 - 16
οδηγώ rijden, sturen 1 - 10, 1 - 16
πίνω drinken 1 - 10, 1 - 16
τελειώνω klaar zijn, aflopen, eindigen 1 - 10, 1 - 15
φεύγω vertrekken, weggaan 1 - 10, 1 - 16
σπουδάζω studeren 1 - 12, 2 - 2
ψωνίζω boodschappen doen, shoppen 1 - 13, 1 - 15
προτιμώ de voorkeur geven aan 1 - 14, 1 - 23
αφήνω (achter) laten 1 - 15
χρειάζομαι nodig hebben 1 - 15
γυρίζω terugkomen 1 - 15
καπνίζω roken 1 - 15
αγοράζω kopen 1 - 15
διαβάζω lezen, leren 1 - 15
πληρώνω betalen 1 - 15
μαγειρεύω koken 1 - 15
γυρεύω zoeken 1 - 15
χορεύω dansen 1 - 15
γράφω schrijven 1 - 15
κοιτάζω/κοιτάω kijken 1 - 15
παίζω spelen 1 - 15
προσέχω opletten 1 - 15
φτιάχνω maken 1 - 15
υπογράφω ondertekenen 1 - 15
στέλνω sturen, opsturen 1 - 16
παίρνω nemen, kopen 1 - 16
φέρνω brengen 1 - 16
δίνω geven 1 - 16, 2 - 5
βγαίνω uitgaan, naar buiten gaan 1 - 16
μπαίνω naar binnen gaan 1 - 16
βρίσκω vinden 1 - 16
προσπαθώ proberen 1 - 16
πεινάω honger hebben 1 - 16
διψάω dorst hebben 1 - 16
γελάω lachen 1 - 16
ξεχνάω vergeten 1 - 16
περνάω langskomen, langslopen, doorbrengen 1 - 16
κερνάω trakteren 1 - 16
πονάω pijn hebben, pijn doen 1 - 16
παρακαλώ smeken, verzoeken 1 - 16
κυκλοφορώ rijden, circuleren 1 - 18
βρίσκομαι zich bevinden 1 - 24
συνορεύω grenzen 1 - 24
συμπληρώνω invullen 2 - 2
μετακομίζω verhuizen 2 - 3
σηκώνω optillen 2 - 3
προτείνω voorstellen, aanbevelen 2 - 4, 2 - 11
στρίβω afslaan 2 - 4
δέχομαι accepteren 2 - 4
αρνούμαι weigeren 2 - 4, 2 - 17
διαλέγω (uit)kiezen 2 - 5
συναντάω ontmoeten 2 - 5
γυρίζω terugkeren 2 - 5
διαλέγω kiezen 2 - 5
γκρινιάζω zeuren 2 - 5
χαλάω wisselen (geld) 2 - 5
προχωρώ voortgaan, vorderen 2 - 5
συνεχίζω doorgaan 2 - 5
σηκώνομαι opstaan 2 - 7
ξεκουράζομαι uitrusten 2 - 7
σιδερώνω strijken 2 - 7
πλένομαι zich wassen 2 - 7
ξυρίζομαι zich scheren 2 - 7
χτενίζομαι zichzelf kammen 2 - 7
ντύνομαι zich aankleden 2 - 7
βαριέμαι zich vervelen 2 - 7
ξεσκονίζω stoffen 2 - 7
βάφω schilderen 2 - 7
ετοιμάζω klaarmaken 2 - 7
μασκαρεύομαι zich verkleden 2 - 8
φαντάζομαι fantaseren, zich voorstellen 2 - 8
κρύβομαι zich verbergen 2 - 8
μπλέκομαι betrokken raken, verstrikt raken 2 - 8
στηρίζομαι steunen, leunen 2 - 8
εργάζομαι werken 2 - 9
καταφέρνω lukken, bereiken 2 - 9
βάφομαι zich opmaken 2 - 9, 2 - 13
ανακαλύπτω ontdekken 2 - 9
πλησιάζω naderen 2 - 9
ζητάω vragen, verzoeken 2 - 9
ονομάζω noemen 2 - 10
σημειώνω noteren 2 - 10
μεγαλώνω opvoeden 2 - 11
διαρκώ duren 2 - 11
αλλάζω veranderen 2 - 11
μισώ haten 2 - 12
ζηλεύω benijden, jaloers zijn op 2 - 12
μαλώνω ruzie maken 2 - 12, 2 - 19
πολεμώ oorlog voeren 2 - 12
κατοικώ bewonen 2 - 12
προστατεύω beschermen 2 - 12
σπάω, έσπασα breken 2 - 13
υπολογίζω schatten 2 - 13
κλέβω, έκλεψα stelen 2 - 13
ανησυχώ ongerust zijn 2 - 14
ξαπλώνω gaan liggen 2 - 14
εξετάζω onderzoeken 2 - 14
ενοχλώ storen 2 - 14, 2 - 23
συστήνω aanbevelen 2 - 14
δανείζομαι lenen van 2 - 15
χρωστάω verschuldigd zijn 2 - 15
δανείζω lenen aan 2 - 15
χαρίζω schenken, weggeven 2 - 15
πεθαίνω doodgaan, overlijden 2 - 16
εξηγώ uitleggen 2 - 16
πέφτω vallen 2 - 16
σπάω breken, stukmaken 2 - 16
συνέρχομαι bijkomen 2 - 16
αναρωτιέμαι zich afvragen 2 - 17
παραπονιέμαι klagen 2 - 17
διηγούμαι vertellen 2 - 17
συνεννοούμαι communiceren, zich verstaanbaar maken 2 - 17
συναντιέμαι een ontmoeting hebben 2 - 17
τσιμπάω knabbelen, een hapje eten 2 - 18
συμμετέχω deelnemen 2 - 18
υπόσχομαι beloven 2 - 19
συντονίζω coördineren 2 - 20
παρουσιάζω presenteren 2 - 20
θυμίζω herinneren/doen denken aan 2 - 20
λειτουργώ functioneren 2 - 20
ανακοινώνω aankondigen 2 - 22
προσφέρω bieden 2 - 22
διαθέτω beschikken over 2 - 23
βελτιώνω verbeteren 2 - 23
βελτιώνομαι verbeterd worden 2 - 23
επιλέγομαι gekozen worden 2 - 23
προβάλλομαι vertoond worden 2 - 23
προκαλώ veroorzaken 2 - 23
ψυχαγωγώ entertainen 2 - 23
μορφώνω vormen 2 - 23